HISTORIE KLASSIEKERS

 

Amstelmeer Marathon
 

In de topwinter van 1963 besloot ijsclub Westerland in de kop van Noord-Holland tot de organisatie van een marathonwedstrijd op het Amstelmeer. Jan van der Hoorn uit Ter Aar werd de eerste winnaar voor Jan Dekker uit Bovenkarspel. De wedstrijd groeide uit tot een traditie. Het wedstrijdverloop wordt vaak beïnvloed door het volkomen open karakter van de route, waarop de rijders geen enkele beschutting hebben tegen de wind. En als de wind over de Waddenzee en de dijk het Amstelmeer geselt dan krijgt de wedstrijd automatisch het karakter van een afvalrace. 

 

Arie Eriks, nu één van de organisatoren, won de wedstrijd in 1979. Hij was toen de grote rivaal van Co Giling en Jos Pronk, de zwagers uit Warmenhuizen en Oost-Graftdijk, met wie hij het marathonschaatsen vooral op kunstijs beheerste. In 1985 organiseerde de ijsclub Westerland op dit parkoers het kampioenschap van Nederland over 100 kilometer, waarin Henri Ruitenberg de sterkste was na een spectaculaire finish, waarin zowel Jos Niesten (2) als Jan Kooiman (3) ten val kwamen.

De 100 van Eernewoude
 

IJsclub Lyts Begjin stond in 1979 aan de basis van de 100 kilometerlange klassieker van Eernewoude. Dat kon ook niet anders, want Jeen Wester, prominent lid van de club, behoorde in de jaren zestig tot de beste hardrijders van Nederland. In Friesland sprak men over de twee Jenen en dan wist iedereen dat men het over Jeen van den Berg, de Elfstedenwinnaar van 1954, en Jeen Wester had. In de barre winter van 1963 was Wester vrijwel onverslaanbaar in allerlei langebaan, afval- en marathonwedstrijden. 

 

Hij ging ook als één van de favorieten van start in de Elfstedentocht, die vrijdag 18 januari werd gehouden, maar kwam bij de passage van Workum zwaar ten val in de kopgroep. Wester moest opgeven en zou zijn levenlang last houden van de verwonding aan zijn stuitje en rug, die hij toen opliep. Later in het jaar won hij wel de allereerste kunstijsmarathon, die in Nederland werd gehouden. Op de Jaap Edenbaan in Amsterdam klopte hij alle cracks in de sprint. Hetzelfde jaar won hij trouwens ook de eerste lange afstandswedtrijd, die in zijn eigen Eernewoude werd gehouden. Zijn grote rivaal Jeen van den Berg moest het onderspit delven in een afvalwedstrijd. 

 

In 1979 nam Jeen Wester persoonlijk het voortouw bij de organisatie van de eerste 100 kilometer van Eernewoude, die zich geheel afspeelde in het schitterende merengebied Het Prinsenhof, zomers een geliefde plek voor watersporters. 

 

De Arnhemse lange-afstandsrijder Ludwig Meyering won deze eerste marathon, die inmiddels zeven organisaties beleefde. Bovendien werd in 1987 op hetzelfde parkoers het Kampioenschap van Nederland over 100 kilometer gereden. Voormalige wereld-en Europees langebaan kampioen Hilbert van der Duim werd toen in eigen provincie winnaar na een bijzonder spectaculaire finish, waarin hij Dries van Wijhe versloeg.

Driedaagse van Ankeveen
 

De Driedaagse van Ankeveen werd in 1986 voor het eerst georganiseerd. Het is de enige meerdaagse wedstrijd, die het marathonschaatsen kent. Bovendien worden de klassementen opgemaakt aan de hand van de gemaakte tijden. Ook daarmee is de wedstrijd enig in zijn soort. 

 

De eerste Driedaagse werd als experiment gehouden, maar sloeg zo aan dat de wedstrijd een vaste plaats op de kalender kreeg. Evert van Benthem, winnaar van de Elfstedentocht 1985, werd de glorieuze winnaar van deze eerste Driedaagse, waarna hij later in het seizoen voor de tweede maal de Elfstedentocht won. 

 

De eerste Driedaagse was trouwens in alle opzichten uniek. De pas 16-jarige Edward Hagen brak gelijk door naar de nationale top en de 18-jarige Bart Veldkamp klopte alle toprijders in de 60 kilometer marathon, waarmee hij zijn eerste overwinning van nationaal niveau behaalde in zijn lange carrière. Bovendien won Herbert Dijkstra, de huidige schaatscommentator van de NOS, de proloog over vijf kilometer. 

 

De tweede Driedaagse moest de laatste dag afgelast worden vanwege de dooi. Klassementsleider na vier afstanden was Jos Niesten, die tot winnaar werd uitgeroepen. De Ankeveense IJsclub – opgericht in 1887 - begon in 1979 met de organisatie van marathonwedstrijden op landelijk niveau. Met Dries van Wijhe kreeg men onmiddellijk een winnaar van naam. 

 

In 1991 en 1996 organiseerde de vereniging het Kampioenschap van Nederland over 100 kilometer, waarbij de titels door Van Wijhe en Bert Verduin uit Heemskerk werden veroverd. 

 

Voor men overschakelde op het populaire marathonschaatsen was de vereniging jarenlang actief als organisator van een groot aantal kortebaanwedstrijden, waarbij Gerard van Schie – nu mede-organisator van de Driedaagse – als plaatselijk favoriet in de jaren vijftig en zestig een voorname rol speelde

 

Holland Venetietocht
 

De Hollands-Venetiëtocht werd sinds 1956 tien keer als wedstrijd en dertien keer als toertocht gehouden. De wedstrijd wordt altijd op zondagochtend gereden en gaat over 55 kilometer. De route slingert zich dwars door het dorp Giethoorn en door het schitterende plassengebied in de kop van Overijssel. De start en finish van deze populaire wedstrijd liggen op de Bovenwijde bij het bekende Smits Paviljoen. IJsclub Giethoorn organiseert zowel wedstrijd en tocht in samenwerking met de ijsclubs uit de omliggende dorpen. De toertochtrijders vertrekken als de wedstrijd is gefinisht. 

 

De 18-jarige Roelof Bakker uit IJhorst was in 1956 de eerste winnaar van deze klassieker. Kampioenen als Jan Roelof Kruithof en Henri Ruitenberg wisten de wedstrijd twee keer op hun naam te schrijven. Bijzonder was de overwinning van de Fries Marten Hoekstra in 1985. Hij was al gestopt met marathonschaatsen in verband met een ernstige rugblessure, toen de Elfstedentocht werd aangekondigd. Hoekstra maakte in de Hollands-Venetiëtocht zijn rentree en won prompt om vervolgens in de Elfstedentocht lange tijd in de kopgroep mee te strijden. 

 

Op 1 februari 1976 werd de wedstrijd wel gereden, maar werd het hele peloton gediskwalificeerd. Liefst 140 rijders gingen van start voor het startschot zelfs maar gevallen was en de wedstrijdleider de route had kunnen toelichten. Op de dorpsgracht werd getracht het op hol geslagen peloton te stoppen, maar slechts vijftien rijders voldeden aan dit bevel van de jury. Zij kregen een herstart. De rest werd gediskwalificeerd, maar aan de finish was de chaos helemaal compleet toen van twee verschillende kanten rijders op de eindstreep afstormden. Daarop werd besloten de hele wedstrijd ongeldig te verklaren.

 

 

Noorder Rondrit


De Noorder Rondritten worden sinds 8 januari 1940 georganiseerd. Eerst door de Noorder IJsbond, nu door de vereniging de Noorder Rondritten, waarin 29 verenigingen uit de hele provincie samenwerken. De tocht gaat over een afstand van 150 kilometer door het noordelijke deel van Groningen, het schitterende marengebied tussen Appingedam en Zoutkamp. Dit is een bijzonder oud cultuurlandschap. De Noorder Rondritten kunnen door tochtrijders over 150 of 85 kilometer verreden worden. Vandaar de naam. De Noorder Rondrit voor wedstrijdrijders is met 150   kilometer de langste klassieker na de Elfstedentocht. De eerste winnaar werd Gerrit Duiker uit Lemmer, die op 8 januari 1940 Klaas Horst en Jan Vos op dertig seconden reed. Duiker, enkele jaren geleden overleden in Zaandam, was een zeer kleurrijke figuur, die voor zijn overwinning in de Groninger monstertocht tal van kortebaanwedstrijden had gewonnen. Hij was dus volgens de reglementen van de schaatsenrijdersbond   beroepsrijder, omdat hij geldprijzen had gewonnen. Toen de Rondritten op 17 januari 1942 voor de derde keer werden gehouden hield men in Groningen als enige organisatie in het land rekening met de ijs van de schaatsenrijdersbond, dat amateurs en beroepsrijders niet tegen elkaar   mochten uitkomen. Zo won Anne de Vries uit Franeker bij de beroepsrijders en Lo Geveke uit Leeuwarden bij de amateurs! Beroepsrijder De Vries reed 13 minuten sneller dan Geveke. Vier jaar later troffen beide winnaars elkaar weer op het Groninger ijs, toen op 21 december de vierde Noorder Rondritten werden gehouden. De Vries was opnieuw de snelste. Hij klopte Geveke met drie minuten verschil. Deze Groningse tegenhanger van de Elfstredentocht kon zich in de jaren veertig gelijk in een grote populariteit verheugen. De eerste winnaar werd Gerrit Duijker, die tot dan toe een uitstekend kortebaanrijder was. Hij kwam oorspronkelijk uit Lemmer en overleed op hoge leeftijd in Zaandam, waar hij in de jaren zeventig nog met regelmaat de Gerrit Duijker Trofee uitreikte aan talentvolle jonge schaatsenrijders. Twee rijders slaagden er in de Noorder Rondritten tweemaal te winnen. In 1942 en 1946 was dat A.A. de Vries uit Franeker en in 1985 en 1986 herhaalde Albert Bakker, een onderwijzer uit Scharmer in Groningen, dit kunststukje. De meest heroïsche overwinning was echter voor schaatslegende Jan Uitham. Op 18 januari 1963 werd hij tweede in de gruwelijke Elfstedentocht en acht dagen later ging hij van start in zijn ‘thuiswedstrijd’, de Noorder Rondritten. Het weer was zo mogelijk nog slechter als tijdens de Elfstedentocht van dat jaar. De afstand moest worden ingekort tot 90 kilometer en toch had Uitham 5 uur en 4 minuten nodig om aan de finish te komen. Dat was een gemiddelde uursnelheid van 17 kilometer en 763 meter, waarmee deze race de traagste sinds jaren was. Record over de 150 kilometer is het record in handen van Albert Bakker, die op 19 februari 1985 4.47.33 over de totale afstand reed, wat een uurgemiddelde van 31 km 299 meter opleverde.

 

 

Noordwesthoekrit


Negenhonderd schaatsliefhebbers startten op 10 januari 1942 vanuit Steenwijk in de eerste Noordwesthoekrit voor een schitterende tocht door het merengebied in de kop van Overijssel. In de IJsbode, het officieel orgaan van de schaatsenrijdersbond, verscheen op 3 juni van dat derde oorlogsjaar een uitvoerig overzicht over het ‘ijstoerisme’ in Nederland, zoals dat toen zo mooi heette. De Noordwesthoekrit kwam in het overzicht echter niet voor en dat terwijl er veertien dagen later nog een tweede tocht werd gehouden, die liefst 1500 deelnemers trok. Beide keren was er geen wedstrijd aan de tocht verbonden, maar dat veranderde in de strenge winter van 1946-1947. Op 23 december 1946 lag er meer dan voldoende ijs. Dit keer werd er een startschot gelost voor een peloton hardrijders, waarvan de bekende Elfstedenrijder Klaas Schipper uit Steenwijkerwold als snelste rond ging. Hij klopte Gerrit Werman en de pas 13-jarige Jan Bos kwam tot stomme verbazing van iedereen als doodgemoedereerd als derde over de finishlijn. 

 

Daarmee was de toon gezet voor een prachtige schaatsklassieker, die inmiddels dertien keer werd georganiseerd, waarvan elf keer als wedstrijd. 

 

Aanvankelijk hield de Noordwesthoekrit een zuiver regionaal karakter, maar dat veranderde in 1982, toen de snelle Jan Visser uit het Westfriese Hoogkarspel de eindsprint won. De organisatie was oorspronkelijk in handen van het Comité Noordwesthoekrit, maar aangezien dit comité geen lid was van de KNSB konden licentiehouders van de bond niet aan de wedstrijd deelnemen. In 1954 had dat geleid tot een mager deelnemersveld, maar begin februari 1956 kwam het Comité tot een vergelijk met de ijsclubs in het gebied en werd de Federatie Toertochten Noordwesthoekrit opgericht. Prompt kon op 11 februari weer een tocht worden uitgeschreven, die verrassend door Jan Vossegat werd gewonnen voor gerenommeerde rijders als Klaas Leffertstra en Henk Lamberts.

 


Oldambtrit


De Oldambtrit werd in 1954 voor het eerst georganiseerd. Daarmee kreeg Groningen haar tweede schaatsklassieker. De 70 kilometertocht werd steeds met start en finish in Scheemda gehouden en voerde langs de dorpen in het fraaie Oldambt, het stokoude landschap in oost Groningen. Met zestien organisaties groeide de Oldambtrit uit tot een wedstrijd, die sneller dan
andere kon worden georganiseerd. Zo groeide deze wedstrijd tot de meest georganiseerde schaatsklassieker. Liefst zestien keer werd in Scheemda het startschot gegeven.

 

De onbetwiste kampioen van de Oldambtrit is de befaamde Jan Roelof Kruithof uit Havelte. Hij slaagde er vier keer in de wedstrijd op zijn naam te schrijven. In de jaren zeventig werd hij in 1972 alleen verslagen door Tinus Roozendaal uit het Noordhollandse Warmenhuizen. Jan Roelof Kruithof maakte vooral naam door zijn vrijwel onoverwinnelijkheid in de Alternatieve Elfstedentochten over 200 kilometer, waarvan hij er liefst tien won.

 

De wedstrijd gaat tegenwoordig over 100 kilometer. Eveneens met start-en finish in Scheemda. De organisatie is tegenwoordig in handen van de Stichting Promotie Oldambt, Scheemda.

 

Ronde van Loosdrecht


De Ronde van Loosdrecht beleefde op 1 februari 1947 zijn eerste organisatie en behoort daarmee tot de oudste schaatsklassiekers van Nederland. Deze wedstrijd was bovendien de eerste, die als rondenwedstrijd werd georganiseerd. De rijders moesten 120 kilometer afleggen op de schitterende meren bij het Gooise watersportdorp, die ontstaan zijn door veenafgravingen aan het einde van de negentiende eeuw. Deze afstand werd altijd in een zogenaamde rondenwedstrijden gereden. Meestal werd een baan van twaalf kilometer lengte uitgezet. 

 

In 56 jaar werd de wedstrijd negen keer georganiseerd, terwijl de ijsclub Loosdrecht in 1979 ook het eerste Kampioenschap van Nederland over 100 kilometer voor zijn rekening nam. Henk Portengen, nu lid van de Marathoncommissie van de KNSB, werd de eerste nationale kampioen. Het kampioenschap werd in de strenge winter van ’79 aan Loosdrecht doordat het populaire bestuurslid Dirk Kroon – eigenaar van een horeca-etablissement met de naam Dunne Dirk – tien jaar eerder het voorstel had gedaan een dergelijk kampioenschap in te stellen. Het voorstel werd onmiddellijk overgenomen door de KNSB, maar tot januari 1979 waren de winters te slap om ook werkelijk tot een organisatie te komen. 

In de 56-jarige geschiedenis van de wedstrijd kwam het één keer voor dat een Loosdrechter zelf de wedstrijd won. Dit was in 1963 Arcangelo Damo, de zoon van een Italiaanse immigrant. Hij klopte toen Leen Pfrommer, die later furore zou maken als één van de beste schaatscoaches, die Nederland ooit kende.

 

 

Rottemerentocht


In de strenge winter van 1979 begon in het Zuidhollandse Zevenhuizen een mooie traditie. Vier dagen na de 200 kilometermarathon op het Veluwemeer, werd op de Rottemeren een wedstrijd over 200 kilometer georganiseerd. Initiatiefnemer was Klaas Verwey, een hartstochtelijk schaatsliefhebber uit het dorp, die al jaren actief was als sponsor van tal van rijders als sprinter Jan Bazen, Ria Visser en marathonrijders als Rien de Roon en Jan van Capelle. Toen in 1979 voor het eerst sinds zestien jaar weer wedstrijden over 200 kilometer konden worden gereden, vond Verwey de ijsclub Zevenhuizen bereid om ook op de uitgestrekte Rottemeren zo’n wedstrijd te organiseren.

 

Alle toppers stonden aan de start en Dries van Wijhe uit Oldebroek won net als vier dagen eerder op het Veluwemeer. Dit keer na een verbeten strijd met Jos Niesten uit Heemskerk, die de wedstrijd in 1982 en 1985 zou winnen en in 1986 nog eens als tweede zou eindigen achter Elfstedenwinnaar Evert van Benthem.

 

In 1997 koos de organisatie voor een wedstrijd over 120 kilometer, waarin Hans Pieterse uit Diemen de sterkste was. Hij won dat jaar ook de Unox Klassieker Cup. Met vijf organisaties over 200 kilometer is de Rottemerentocht in ons land de meest gereden wedstrijd over deze afstand na de Elfstedentocht.

 

 

USA Marathon


De 100 kilometer lange USA-marathon wordt verreden rond de Noord Hollandse polder De Mijzen en trekt langs de dorpen Ursem, Schermerhorn en Avenhorn. Deze ringvaart is 12,5 kilometer lang en vormt het parkoers van de wedstrijd. In 1986 werd de eerste wedstrijd verreden en kreeg met Jan Hopman, de beul uit het Noordhollandse 't Zand een schitterende winnaar. Sindsdien werd door de ijsclubs uit de drie betrokken dorpen de wedstrijd vijfmaal georganiseerd. 

 

De voorbereidingen voor de zesde race zijn inmiddels in volle gang. Binnenkort zal een schot worden geplaatst voor het Beatrix-gemaal tussen Ursem en Schermerhorn. Hierdoor zal de uitstoot van water niet meer in de breedte van de vaart plaatsvinden maar in de lengte. In afwachting van een definitieve oplossing zal dit in eerste instantie een tijdelijke voorziening zijn. 

 

De USA-marathon kreeg in 1996 van de Koninklijke Schaatsenrijdersbond de status van klassieker en is sindsdien opgenomen in de stichting Natuurijsklassiekers.

 

 

Veluwemeertocht


De ijsclub Elburg organiseerde in de zware winter van 1963 twee wedstrijden over 65 kilometer, die allebei door Roelof Bakker uit IJhorst werden gewonnen. Hij was toen de onbetwiste kampioen van de lange afstanden in de kop van Overijssel. De wedstrijd op het Veluwemeer groeide uit de een belangrijke klassieker, toen in 1979 door de Samenwerkende IJsclubs langs het randmeer werd besloten tot de organisatie van een 200 kilometerwedstrijd. Het was de eerste marathon van dit formaat, die na de beruchte Elfstedentocht van 1963 in Nederland kon worden gehouden. 

 

Die eerste editie werd gelijk een voltreffer, mede door de prachtige overwinning van Dries van Wijhe uit het vlakbij Elburg gelegen Oldebroek, die zich in de zware winter van 1979 met zijn enorme strijdlust zou opwerken tot een nationale beroemdheid. 

 

De tocht startte en eindigde bij Elburg. Het parkoers liep tot Harderwijk en Kampen over het uitgestrekte Veluwemeer. De ronde van ongeveer 20 kilometer moest tienmaal worden afgelegd. In 1987 behaalde Jan Roelof Kruithof uit Havelte in de Veluwemeertocht zijn tiende overwinning in een 200 kilometerwedstrijd. Dat is een record dat tot op de dag van vandaag nog steeds onaantastbaar is. 

 

In verband met de boordevolle natuurijsagenda besloten de Samenwerkende IJsclubs in 1991 de afstand van de Veluwemeertocht terug te brengen tot 100 kilometer, maar de mogelijkheid om in een zeer strenge winter toch de oude klassieke afstand van 200 kilometer op het programma te zetten blijft open.
 

logo_unox.png
logo.png
1200px-NOS_logo_edited.png
knsb_logo.png
kpn_logo_wit.png